Finnmark

Finnmark (Samisch: Finnmárkku fylkka), wat letterlijk hetzelfde betekent als Lapland, nl. het land van de Saami,[1] is de noordelijkste provincie van Noorwegen. (De nog noordelijker gelegen eilandengroep Spitsbergen wordt niet als provincie gezien.)

In Finnmark woont 1,6 procent van de bevolking van Noorwegen. Deze provincie telt 19 gemeenten (drie stadsgemeenten). Ze grenst aan Troms in het westen, aan de Finse provincie Lapland in het zuiden en aan het Petsjenga district van de Moermansk Oblast in Rusland in het oosten. Finnmark is een deel van de Barentsz-regio en ook van Lapland, dat over vier landen verdeeld is.

Deze provincie is de jongste en noordelijkste, qua oppervlakte de grootste en tegelijkertijd de dunstbevolkte. Finnmark heeft een oppervlakte van 48.618 km² en is daarmee 7123 km² groter dan Nederland. De provincie heeft ongeveer evenveel inwoners als Gouda.

Knivskjellodden te Nordkapp is het noordelijkste punt van Europa, ook al is Kinnarodden te Nordkinn het noordelijkste punt op het vasteland.

De grenzen met Rusland, Finland en Zweden werden na 1750 bepaald. Finnmark kent lange fjorden aan de kust, terwijl het binnenland gedomineerd wordt door een zeer grote hoogvlakte. Hier zijn sommige van de oudste resten van nederzettingen van het Stenen Tijdperk gevonden (tot tienduizend jaar oud), zoals de rotskunst van Alta bewijst. Ook al wonen etnische Noren lang in deze provincie, zij wordt voornamelijk verbonden met kust-Saami en Saami die met rendierteelt bezig zijn.

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is het handelen met de Russen weer opgebloeid. Er zijn bootverbindingen tussen Moermansk en Kirkenes/Vardø.

  1. Alta
  2. Berlevåg
  3. Båtsfjord
  4. Gamvik
  5. Hammerfest
  6. Hasvik
  7. Kárášjohka Karasjok
  8. Guovdageaidnu Kautokeino
  9. Kvalsund
  10. Lebesby
  11. Loppa
  12. Måsøy
  13. Unjárga Nesseby
  14. Nordkapp
  15. Porsanger Porsángu Porsanki
  16. Sør-Varanger
  17. Deatnu Tana
  18. Vadsø
  19. Vardø

(Bron : Wikipedia)